menu facebook instagram twitter guest

ÂGE D’OR FESTIVAL » Events


FARPõES BALDIOS
[BARBS, WASTELANDS]IMPATIENCE

MARTA MATEUS, PORTUGAL 2017
colour, 25’, DCP, v : PORTUGUESE – SUB : ENGLISH

Aan het einde van de 19de eeuw begonnen de boeren in Portugal een moedige strijd voor betere arbeidsomstandigheden. Na generaties van ellende en honger zorgde de Anjerrevolutie en haar belofte van agrarische hervorming voor een sprakje hoop. Landarbeiders, voornamelijk uit de Alentejoregio, bezetten de enorme eigendommen waar ze ooit aan hun meesters onderworpen waren. Het verloren zaad van ander fruit, misschien… In Alentejo zegt men dat wanneer je iets verliest je allereerst moet terugkeren naar het vertrekpunt om van daaruit beginnen te zoeken. We moeten bidden en Santa Luzia vragen om onze blik uit te klaren zodat we beter kunnen zien en kijken. De protagonisten van deze film – verzetslui uit die strijd velen van hen ongeletterd en aan het werk sinds de kindertijd – vertellen hun verhaal aan de jongeren van vandaag in hun eigen woorden.

À la fin du XIXe siècle, les paysans portugais menèrent une lutte courageuse pour de meilleures conditions de travail. Après des générations de famine et de misère, la Révolution des Œillets a semé la promesse d’une réforme agraire. Les paysans de la région de l’Alentejo ont alors occupé les immenses propriétés où, jadis, ils étaient soumis à la puissance de leurs maîtres. On raconte en Alentejo que, quand quelque chose s’est perdu, ceux qui sont à sa recherche doivent commencer par marcher à reculons jusqu’au point de départ. Nous devons prier sainte Lucie pour qu’elle efface notre vision, afin que nous puissions mieux voir et regarder. Les protagonistes de ce film, résistants de cette lutte, analphabètes et travaillant depuis l’enfance, racontent leur histoire aux jeunes gens d’aujourd’hui, avec leurs propres mots.

At end of the 19th century the peasants in Portugal started a courageous struggle for better work conditions. After generations of starving misery, the Carnation Revolution sowed the promise of an Agrarian Reform. Mostly in the Alentejo region, these rural workers occupied the huge proprieties where they were once submitted to the power of their Masters. Perhaps the lost seed of other fruits… It is said in Alentejo that when something is lost, those who are looking should start to walk back to the beginning. We must pray and ask Saint Lucy to clear our vision, so we can see and look better. The protagonists of this film, resistants of this struggle, many of them illiterate, working since childhood, tell their story to the youngsters of today, in their own words.

 

 

PLUS ULTRA Âge d’Or

HELENA GIRóN & SAMUEL M. DELGADO, SPAIN 2017
colour, 13’, DCP, v : SPANISH, sub : ENGLISH

Plus Ultra is het motto van de Spaanse staat. Deze slogan werd gebruikt om zeevaarders aan te moedigen om nieuwe landen te veroveren, bewust de waarschuwing uit de Griekse mythologie vergetend: Non terrae plus ultra (daarachter ligt geen land meer). De Canarische eilanden – testgebied voor de tactieken die tijdens de kolonisatie van de Amerika’s werden gebruikte – worden de basis voor een verhaal over dit land.

Plus Ultra est la devise de l’État espagnol. Ce slogan fut utilisé afin d’encourager les navigateurs à conquérir de nouvelles terres, faisant fi de l’avertissement énoncé dans la mythologie grecque : « Non Terrae Plus Ultra » (« Au-delà, il n’y a rien. »). Les Canaries – laboratoire pour les tactiques utilisées lors de la colonisation des Amériques – deviennent le décor d’un conte à propos de cette terre.

Plus Ultra is the motto of the Spanish state. This slogan was used to encourage navigators to conquer new lands, forgetting the warning from Greek mythology: Non Terrae Plus Ultra (There is no land beyond here). The Canary Islands —testing ground for the tactics utilized in the colonization of the Americas— becomes the setting for a tale about this land.

 

 

SAKHISONA Âge d’Or

PRANTIK BASU, INDIA 2017
b&w, 26’, DCP, v : BENGALI, sub : ENGLISH

In de buurt van Mogulmari in West-Bengalen (India) ligt een heuvel die lokaal bekend staat als Sakhisona. De verhalen over de berg worden nog steeds gezongen door lokale muzikanten. Onlangs heeft een nabijgelegen opgraving de overblijfselen van een klooster onthuld evenals enkele voorwerpen uit de 6de eeuw. De film toont de opgegraven voorwerpen en voert fragmenten van de folklore opnieuw op.

Près du village de Mogulmari, dans la province indienne du Bengale-occidental, se trouve une colline connue sous le nom de Sakhisona. Des histoires à son sujet sont toujours chantées par des musiciens locaux. Des fouilles récentes ont permis d’y découvrir un monastère et des objets datant du VIe siècle. Le film montre ces objets exhumés et remet en scène des fragments de folklore.

Near Mogulmari in West Bengal (India) lies a hill known locally as Sakhisona. The stories about it are still sung by local musicians. A dig nearby uncovered the remains of a monastery as well as some objects dating back to the 6th-century. The film shows the objects unearthed and re-enacts the folklore in fragments.

 

Online ticket sales for this screening are closed.


FRANS ZWARTJES : Filmmaker and Musician

CONCERT by THE FRANS ZWARTJES SOUNDSYTEM:
STANLEY SCHTINTER, SAMUEL KILCOYNE, TAKATSUNA MUKAI play FRANS ZWARTJES’ music for his films SPECTATOR (1970) and LIVING (1971)

 

 

FILM II

FRANS ZWARTJES, THE NETHERLANDS 1967
b&w, 18’, 16mm, v : NO DIALOGUE – RECENT RESTORATION

BIRDS

FRANS ZWARTJES, THE NETHERLANDS 1970
b&w, 5’, 35mm, v : NO DIALOGUE

TOILET

FRANS ZWARTJES, THE NETHERLANDS 1970
colour, 2’, 16mm, v : SILENT

HOW DID YOU KNOW I WAS IN TROUBLE ?

FRANS ZWARTJES, THE NETHERLANDS 1995
colour, 7’, 16mm, v : NO DIALOGUE

BEHIND YOUR WALLS

FRANS ZWARTJES, THE NETHERLANDS 1970
colour + b&w, 12’, 16mm, v : NO DIALOGUE

SPARE BEDROOM

FRANS ZWARTJES, THE NETHERLANDS 1970
b&w, 18’, 16mm, v : NO DIALOGUE

PORTRAIT OF FRANS ZWARTJES

STANLEY SCHTINTER, UK 2017
colour, 8’, Digital file, v : ENGLISH - DUTCH, sub : ENGLISH

« Frans and Trix [Zwartjes] live to this day in the house were Living was filmed. On arrival I am directed upstairs to the studio: Frans is facing the window with the blinds closed – always closed – behind which he stands pensive, peeking out. The room is packed wall-to-wall with cassette tapes, sound and film reels, cameras, portraits of the deity otherwise known as Moniek Toebosch ; prints of his friend Stephen Dwoskin examining a Bolex (and a tiny pair of legs) ; experimental furniture from an unseen Netherlands of the 1960s ; abstract paintings of possible futures and immaculate drawings rendered from Greek mythology. All the work of Zwartjes. »

Stanley Schtinter – liner notes for the LP Zwartjes Tapes 1, Trunk  records, 2017

Hoewel hij het meest bekend is voor de meer dan vijftig fascinerende en gedurfde experimentele films die hij heeft gedraaid, waarvan een dertigtal in zeven jaar tijd, tussen 1967 en 1974, is Frans Zwartjes (Alkmaar, 1927) alles behalve dan alleen maar een filmmaker: hij was ook beeldhouwer, tekenaar, schilder… – maar ook vioolbouwer, altviolist en componist. Het is trouwens om een van zijn beeldende kunstwerken te filmen voor een tentoonstelling dat hij, zonder dat hij het zelf besefte, zich intens voor de film ging interesseren en dat hij in het midden van de jaren 1960 een camera koopt. Erg beïnvloed door de New American Cinema (Andy Warhol, Bruce Conner, Gregory Markopoulos, enz.), hij had de kans om hun films in een bioscoop in Eindhoven te ontdekken, draait Zwartjes eind jaren 1960 en begin jaren 1970 een reeks ongewone kortfilms. Deze leggen met gestileerde en poëtische beelden het spel van erotische geladen blikken en rituelen, schommelend tussen verlangen en afstoting vast. In navolging van zijn Home Sweet Home-serie (verhuis naar zijn nieuwe woning in Den Haag waar hij vaak zal filmen), die verschillende films uit het begin van de jaren 1970 omvat, kunnen we de cinema van Zwartjes beschouwen als een artisanale, “home made”-cinema: zijn films zijn thuis gedraaid, met een handvol fetisjactrices en -acteurs (waaronder zijn vrouw Trix, de kunstenaar Moniek Toebosch, Christian Manders) en geregisseerd, gemonteerd (meestal rechtstreeks, “in de camera”), ontwikkeld en gesonoriseerd door hemzelf. Muziek, het ritme van de voortrollende filmstrook: in de documentaire Frans Zwartjes, filmmaker van Rene Coelho (1971) kunnen we een scène zien tijdens de opnames van Behind Your Walls waarin Zwartjes zijn actrice dirigeert zoals een orkestleider of een choreograaf dat zou doen, op de klank van een bandrecorder die zijn muziek afspeelt.

Enkele maanden geleden vierde Frans Zwartjes zijn negentigste verjaardag in EYE, het filmmuseum van Amsterdam. Hij herontdekte toen Film II (1967), zijn eerste kortfilm die als verloren werd beschouwd en onlangs door EYE is gerestaureerd. Ook Zwartjes Tapes I werd toen gepresenteerd, de eerst lp met zijn soundtracks die op het cultlabel Trunk Records is uitgebracht. De spil achter dit platenproject is regisseur, programmator en muzikant Stanley Schtinter die sinds enkele jaren een bijzonder innige relatie met de Haagse meester heeft opgebouwd door verschillende van zijn soundtracks op cassettebandjes op zijn label Purge uit te brengen en door een kort videoportret van hem te maken.

Voor de opening van L’Âge d’Or spelen Stanley Schtinter, Samuel Kilcoyne en Takatsuna Mukai (piano, synthesizer en viool) de muziek die Zwartjes voor twee van zijn kortfilms die hij in de jaren 1970-1971 componeerde: Spectator en Living.

S’il est surtout connu pour la cinquantaine de films expérimentaux, fascinants et dérangeants, qu’il tourna (dont une trentaine en sept ans, de 1967 à 1974), Frans Zwartjes (Alkmaar, 1927) est bien loin de n’être qu’un cinéaste : il fut aussi sculpteur, dessinateur, peintre, ainsi que luthier, altiste et compositeur. C’est d’ailleurs pour filmer une de ses œuvres plastiques pour une exposition, sans se douter qu’il allait bientôt se consacrer intensément au cinéma, qu’il achète une caméra au milieu des années 1960. Très influencé par le New American Cinema (Andy Warhol, Bruce Conner, Gregory Markopoulos, etc.) dont il a l’occasion de découvrir les films dans un cinéma d’Eindhoven, Zwartjes tourne, à la charnière des années 1960 et 1970, une série de courts métrages singuliers, aux images stylisées et poétiques, enregistrant des rituels et des jeux de regards érotiquement chargés, oscillant entre le désir et la répulsion. En écho à sa série Home Sweet Home (d’après la nouvelle maison où le réalisateur emménage à La Haye et où il tournera souvent) qui regroupe plusieurs de ses films du début des années 1970, on peut considérer le cinéma de Zwartjes comme un cinéma artisanal, « fait maison » : tourné à domicile, avec une poignée d’actrices et acteurs fétiches (sa femme Trix, l’artiste Moniek Toebosch, Christian Manders) et mis en scène, monté (le plus souvent en direct, « dans la caméra »), développé et sonorisé par lui-même. Musique, rythme du défilement de la pellicule : dans le documentaire Frans Zwartjes, filmmaker de Rene Coelho (1971) on peut voir une scène de tournage de Behind Your Walls où Zwartjes dirige son actrice comme le ferait un chef d’orchestre ou un chorégraphe, au son d’un magnétophone à bandes diffusant sa musique.

Il y a quelques mois, Frans Zwartjes a fêté ses 90 ans à EYE, le musée du cinéma d’Amsterdam, en redécouvrant son premier court métrage Film II (1967) qu’on croyait perdu et qui a récemment été restauré par EYE ainsi que Zwartjes Tapes I, premier LP de ses musiques de films sorti sur le label culte Trunk Records. La cheville ouvrière derrière ce projet discographique est le cinéaste, programmateur et musicien Stanley Schtinter qui, depuis quelques années, a noué une relation particulièrement complice avec le vieux maître haguenois, sortant plusieurs cassettes de ses bandes-son sur son label Purge et lui consacrant un portrait filmé.

Pour l’ouverture de L’Âge d’Or, Stanley Schtinter, Samuel Kilcoyne et Takatsuna Mukai (piano, claviers et violon ) joueront les musiques écrites par Zwartjes pour deux de ses films tournés en 1970-1971 : Spectator et Living.

Although he is best known for his more than fifty fascinating and disturbing experimental films (of which thirty were made in seven years, between 1967 and 1974), Frans Zwartjes (Alkmaar, 1927) is far from being only a filmmaker: he was also a sculptor, a draughtsman, a painter, a violin-maker, a viola player and composer. It is in the mid-1960s, in order to film one of his works for an exhibition, that Zwartjes buys a camera, not yet suspecting that he would soon devote himself entirely to cinema. Influenced by the New American Cinema (Andy Warhol, Bruce Conner, Gregory Markopoulos, etc.), who’s films he discovered in a cinema in Eindhoven, Zwartjes made his first films at the turn of the 1960s and 1970s, a series of singular short films, with stylised and poetic images, recording erotically charged rituals, oscillating between desire and repulsion. Echoing his series Home Sweet Home, which brings together several of his films from the early 1970s, Zwartjes’ cinema can be considered as an artisanal, home made cinema: filmed at home, with a handful of his fetish actors and actresses (his wife Trix, the artist Moniek Toebosch, Christian Manders) and directed, edited (usually live, “in the camera”), developed and sonorized by himself. In the documentary Frans Zwartjes, filmmaker by Rene Coelho (1971) we witness the shooting of Behind Your Walls and see Zwartjes directing his actress as a conductor or choreographer would do, to the sound of a tape recorder that plays his music.

A few months ago, Frans Zwartjes celebrated his 90th birthday at EYE, the film museum of Amsterdam, rediscovering his first short film Film II (1967), which was believed to be lost and which has recently been restored by EYE. Zwartjes Tapes I was also presented, the first LP of his soundtracks released on the cult label Trunk Records. The driving force behind this recording project is filmmaker, programmer and musician Stanley Schtinter who, in recent years, has established a particularly complicit relationship with the master from The Hague by releasing several of his soundtracks on cassette tapes and by making a short video portrait of him.

For the opening of L’Âge d’Or, Stanley Schtinter, Samuel Kilcoyne and Takatsuna Mukai will play the music – for piano, synthesizer and violin – written by Zwartjes for two of his short films made in the years 1970-1971 : Spectator and Living.

 

 

OPENING NIGHT 2017

19:00   José Rodríguez Soltero

20:00   COCKTAIL

21:00   FRANS ZWARTJES : HOME SWEET HOME  (with live soundtrack)


Er zijn geen online tickets beschikbaar voor deze voorstelling.
Er zijn een beperkt aantal tickets en festivalpassen te koop aan het onthaal in CINEMATEK.

Il n’y a pas de billets disponible en ligne pour cette séance.
Vous pouvez acheter un nombre limité de billets et de pass pour le festival à l’accueil de CINEMATEK.

There are no online tickets available for this screening.
A limited number of tickets and passes are on sale at the CINEMATEK desk.



MARIACHI PLAZA IMPATIENCE

MISHO ANTADZE, USA 2017
colour, 19’, DCP, v : NO DIALOGUE

Ten oosten van downtown Los Angeles, in de buurt van een metrostation, zit een man te zingen. Wat verderop stemt iemand een viool. Skateboarders passeren, een verkoper verkoopt maïs. Ondanks het lawaai brengt een mariachigroep in vol ornaat serenades voor de voorbijgangers. Het Plaza is, in de snel gentrificerende wijk Boyle Heights, het hart van deze traditionele Mexicaanse muziek. Muzikanten oefenen er, rusten en wachten op klanten.

À l’est de Downtown, Los Angeles, un homme chante, assis près d’une station de métro. Plus loin, quelqu’un accorde un violon. Des jeunes passent en skate-board, un homme vend du maïs. Malgré le bruit, un groupe de mariachis en grande tenue jouent la sérénade aux passants. Dans le quartier en voie d’embourgeoisement accéléré de Boyle Heights, la Plaza est le cœur de cette musique traditionnelle mexicaine, le lieu où les musiciens s’exercent, se reposent et attendent les clients.

East of Downtown Los Angeles, a man sits near a subway station and sings. Further away, someone tunes a violin. Skateboarders pass, a vendor sells corn. Despite the noise, a Mariachi band in full attire serenades passers-by. In the rapidly-gentrifying neighborhood of Boyle Heights, the Plaza is the heart of this traditional form of Mexican music, where the musicians practise, rest and wait for clients.

LÀ EST LA MAISON Âge d’Or

VICTOR DE LAS HERAS & LO THIVOLLE, FRANCE 2017
b&w, 13’, 16mm, v : NO DIALOGUE

Langs de buitenkant ziet men niets, langs de binnenkant hoort men alles. In de verte slibben de wegen dicht, terwijl zich dichtbij het mogelijke opent.

De l’extérieur on n’y voit rien, à l’intérieur on entend tout. Au loin les chemins se bouchent, quand de près s’ouvrent les possibles.

One can’t see from the outside, one hears all from the inside. Far away, paths are sealed, but looking closer possibilities open.

IMPROVEMENT
ASSOCIATION   NOT IN COMPETITION

KEVIN JEROME EVERSON, USA 2016
colour, 12’, Digital file, v : ENGLISH, sub : —

In Improvement Association spreekt Malik Hudgins, levenslang lid van UNIA (Universal Negro Improvement Association and African Communities League) Philadelphia, Pennsylvania, poëtisch en associërend over het leven.

Dans Improvement Association, Malik Hudgins, membre de longue date de l’UNIA (Universal Negro Improvement Association and African Communities League) de Philadelphie, s’épanche poétiquement sur le sens de la vie.

Improvement Association has Malik Hudgins, a life-long member of UNIA (Universal Negro Improvement Association and African Communities League), waxing poetically about life.

LA BOUCHE Âge d’Or

CAMILO RESTREPO, FRANCE 2017
colour, 19’, DCP, v : CREOLE, sub : ENGLISH

 

 

Een man verneemt dat zijn dochter brutaal vermoord werd door haar man. De tijd lijkt wel stil te staan terwijl hij schippert tussen de behoefte aan troost en de drang naar wraak. Een musical met de Guinese percussiemeester Mohamed Bangoura (‘Red Devil’), losweg gebaseerd op zijn eigen verhaal.

Un homme apprend que sa fille a été brutalement assassinée par son mari. Le temps s’arrête, tandis qu’il hésite entre besoin de réconfort et désir de vengeance. Un musical – avec la participation du maître percussionniste guinéen Mohamed Bangoura (« Red Devil »), en partie inspiré de sa propre histoire.

A man learns that his daughter has been brutally murdered by her husband. Time stands still as he oscillates between the need for solace and his urge for revenge. A musical featuring Guinean percussion master, Mohamed Bangoura (‘Red Devil’), loosely based on his own story.

EXPLOSION MA BABY  Âge d’Or

PAULINE CURNIER JARDIN, THE NETHERLANDS - FRANCE - ITALY 2016
colour, 9’, DCP, v : NO DIALOGUE

 

 

Augustus. Voel de verstikkende hitte van de zon je huid doordringen. Overal rondom draait een overvloed aan vlees. Duizenden mannen presenteren de naakte lichamen van babyjongens aan het engelachtige icoon van San Sebastian. Kreten, kleuren, gezang en explosies. Geldslingers. Stel je voor: geen vrouwen, behalve ik. Wacht even, ja, achter ons volgen vrouwen vol toewijding, allemaal gekleed in vers gesteven kleding. Keer nu terug naar mij. Stel je voor hoe vreselijk verliefd ik op dit alles ben. Ik wil er wanhopig deel van zijn. Daar zijn. Ik wilde ergens bij horen. Maar ik weet dat dat niet kan. En dus probeer ik het op film vast te leggen. Ik ga er elk jaar opnieuw naartoe en film het, keer op keer, opnieuw en opnieuw. Op een dag zal ik het verhaal vertellen van een arme en steriele man die San Sebastian wil vervangen. Maar meer zomers zullen moeten komen en gaan voordat onze held verschijnt.

C’est le mois d’août. Sentez la chaleur suffocante du soleil pénétrer votre peau. Partout autour de vous, une abondance de chair tourbillonne. Des milliers d’hommes font offrande des corps nus de bébés à l’icône angélique de saint Sébastien. Cris, couleurs, chants et explosions. Des guirlandes de billets de banque. Imaginez, aucune femme à part moi. Attendez, oui, derrière nous des femmes suivent avec dévotion, elles portent toutes des vêtements parfaitement repassés. À présent, revenez ici. Imaginez comme je suis tombée amoureuse de tout cela. Je veux désespérément en faire partie. Être là. Je voulais appartenir. Mais je sais que je ne peux pas. J’essaie donc de le capturer sur pellicule. J’y vais, et je filme chaque année, encore et encore. Un jour je raconterai l’histoire d’un homme pauvre et stérile qui voudrait remplacer saint Sébastien. Mais il faudra attendre plusieurs étés avant que notre héros n’apparaisse.

It’s August. Feel the suffocating heat of the sun penetrating your skin. All around you, an abundance of flesh is spinning. Thousands of men offer up the naked bodies of baby boys to the angelic icon of San Sebastian. Screams, colours, chants and explosions. Money-garlands. Behind us women stand with devotion, all dressed up in well pressed clothes. Now, come back here. Imagine how badly I fell in love with this. I desperately want to be part of it. To be there. I wanted to belong. But I know that I can’t. And so I try to capture it on film. I go there and film it every year, over and over, again and again. One day I will tell the story of a poor and sterile man who wants to replace San Sebastian. But more summers will have to pass before our hero will appear.

Pauline Curnier Jardin

Online ticket sales for this screening are closed.


FORETES IMPATIENCE

MARGAUX DAUBY, BELGIUM – PORTUGAL 2017
colour, 13’, DCP, v : NO DIALOGUE

Drie kinderen in donkere bossen verzinnen het leven. Wie zijn ze, wat zeggen ze, waar verlangen ze naar, waarvan dromen ze?

Trois enfants, trois enfants d’on ne sait où, gambadent dans des forêts sombres et « font la vie ». Qui sont-ils, que disent-ils, que veulent-ils, d’où rêvent-ils ?

Three children in a dark forest. Who are they, what do they say, what do they want, where do they dream of?

EGLANTINE Âge d’Or

MARGARET SALMON, UK 2016
colour & b&w, 71’, DCP, v : ENGLISH, sub : —

Eglantine is een intiem en levendig relaas over het echte en verzonnen avontuur van een jong meisje in een afgelegen bos s’avonds. Het is niet alleen een liefdevolle homage aan klassieke kinderfilms zoals Ray Ashleys Little Fugitive, Jean Renoirs The River en Albert Lamorisses Le Ballon rouge maar het is ook gevoed door historische natuurstudies zoals Mary Fields documentaire reeks Secrets of Nature. Deze film, opgenomen op 35 mm op verschillende locaties in Schotland, liet zich inspireren door een scala van cinematografische bewegingen alsook wildlife-documentaires om tot een lyrisch en sensueel portret te komen van de natuurlijke wereld gezien door de ogen van een kind.

Eglantine est le récit intime et vivant de l’aventure réelle et fantasque d’une jeune fille un soir dans une forêt éloignée. Outre un hommage amoureux aux films classiques d’enfants, tels que Little Fugitive de Ray Ashley, Le Fleuve de Jean Renoir et Le Ballon rouge d’Albert Lamorisse, Eglantine renvoie aussi à d’anciennes études de la nature, comme la série Secrets of Nature de Mary Field. Filmé en 35 mm dans divers lieux en Écosse, ce film s’inspire d’une gamme de mouvements cinématographiques ainsi que de documentaires sur la faune et la flore pour produire un portrait sensuel de la perspective d’un enfant sur la nature.

Eglantine is an intimate and vivid account of a young girl’s real and fantastical adventure in a remote forest one evening. It’s not only a loving homage to classic children’s films such as Ray Ashley’s Little Fugitive, Jean Renoir’s The River and Albert Lamorisse’s The Red Balloon, but also draws from nature studies of the past, such as Mary Field’s Secrets of Nature series. Shot on 35 mm in various locations around Scotland, this film draws inspiration from a range of cinematic movements as well as wildlife documentaries to produce a lyrical and sensual portrait of a child’s perspective on the natural world.

Online ticket sales for this screening are closed.


Women’s Experimental Filmmaking in Britain:
SANDRA LAHIRE

 

TERMINALS 

SANDRA LAHIRE, UK 1985
colour, 19’, Digital file, v : ENGLISH, sub : —

SERPENT RIVER

SANDRA LAHIRE, UK 1989
colour, 31’, Digital file, v : ENGLISH, sub : —

LADY LAZARUS 

SANDRA LAHIRE, UK 1991
colour, 25’, Digital file, v : ENGLISH, sub : —

EERIE 

SANDRA LAHIRE, UK 1992
b&w, 1’, Digital file, v : SILENT

Sandra Lahire (1950-2001) was een centrale en inspirerende figuur in de experimentele feministische filmmakersbeweging die in de jaren 1980 in Groot-Brittannië ontstond. Lahire maakte gebruik van de optische printer van LFMC om 16 mm-films te maken die kwesties aankaartten rond het lichaam, feministische politiek, lesbische identiteit en de anti-nucleaire beweging. Haar werk omvat twee trilogieën: een reeks anti-nucleaire films die gemaakt werd in de jaren tachtig en, in de jaren negentig, Living on Air, een reeks die inzoomt op het leven en de poëzie van Sylvia Plath. Dit programma toont twee films van haar visueel meest verbluffend werk. Serpent River, de laatste film in de Uranium trilogy, weeft mooie maar vaak gewelddadige beelden samen tot een experimentele documentaire over het riskante bestaan van een gemeenschap die in de schaduw van uraniummijnen leeft. En Lady Lazarus voegt opnames van Sylvia Plath, die haar eigen poëzie voorleest, samen met fragmenten uit een interview met haar tot een caleidoscoop van warme beelden.

Sandra Lahire (1950-2001) est une figure centrale du mouvement du cinéma expérimental féministe qui a émergé au Royaume-Uni au cours des années 1980. Lahire a utilisé la tireuse optique de la LFMC pour ses films en 16 mm qui traitent de questions liées au corps, au féminisme, à l’identité lesbienne et au mouvement anti-nucléaire. Son œuvre comprend deux trilogies : Uranium Trilogy, une série de films au propos anti-nucléaire réalisés dans les années 1980, et Living on Air, qui s’intéresse à la vie et à l’œuvre de Sylvia Plath, et date des années 1990. Ce programme reprend deux de ses films les plus étonnants : Serpent River, dernier film de Uranium Trilogy, qui entrelace des images splendides mais parfois violentes dans un documentaire expérimental sur les dangers qui menacent les populations vivant à proximité des mines d’uranium, et Lady Lazarus, qui associe des enregistrements de Sylvia Plath – lisant ses propres poèmes ou se prêtant à un entretien – à un riche kaléidoscope d’images.

Sandra Lahire (1950-2001) was a central and inspiring figure in the experimental feminist filmmaking movement that emerged in Britain during the 1980s. Lahire utilised the optical printer at the LFMC to make 16mm films that addressed issues around the body, feminist politics, lesbian identity and the anti-nuclear movement. Her work includes two trilogies: a series of anti-nuclear films made in the 1980s and Living on Air, focusing on the life and poetry of Sylvia Plath from the 1990s. This programme features two of Lahire’s most visually stunning films: Serpent River , the final film in the Uranium trilogy, which weaves beautiful but often violent images to create an experimental documentary about the hazardous existence of community living in the shadow of uranium mines, and Lady Lazarus, which brings together recordings of Sylvia Plath reading her own poetry and extracts from an interview with a kaleidoscope of rich images.

 

ingeleid door / présenté par / introduced by
Charlotte Procter

Online ticket sales for this screening are closed.


NAVIGATOR

BJÖRN KÄMMERER, AUSTRIA 2015
colour, 7’, 16mm, v : SILENT

HOUSE AND UNIVERSE 

ANTOINETTE ZWIRCHMAYR, AUSTRIA 2014
colour, 4’, 16mm, v : SILENT

JÍCARO

ROSA JOHN, AUSTRIA 2016
b&w, 2’, 16mm, v : SILENT

VENUS DELTA  Âge d’Or

ANTOINETTE ZWIRCHMAYR, AUSTRIA 2016
colour, 4’, 16mm, v : SILENT

APANHAR LARANJAS [PICKING ORANGES]

SILVIA DAS FADAS, PORTUGAL 2012
colour, 2’, 16mm, v : PORTUGUESE - ENGLISH, sub : —

UNTITLED 

ANTOINETTE ZWIRCHMAYR, AUSTRIA 2012
colour, 2’, 16mm, v : SILENT

IN ITS FORM ASLEEP 

ANTOINETTE ZWIRCHMAYR, AUSTRIA 2016
colour, 3’, 16mm, v : SILENT

SQUARE DANCE, Los angeles county, california 

SILVIA DAS FADAS, PORTUGAL - USA 2013
colour, 9’, 16mm, v : ENGLISH, sub : —

NO RETURN, NO RETURN 

ANTOINETTE ZWIRCHMAYR, AUSTRIA 2012
colour, 2’, 16mm, v : SILENT

TIMING [Idömérés] 

DORA MAURER, HUNGARY 1973-1980

b&w, 10’, 16mm, v : SILENT

PASSAGE BRIARE 

FRIEDL VOM GRÖLLER, AUSTRIA 2009
b&w, 3’, 16mm, v : SILENT

DRY SHAMPOO 

ANTOINETTE ZWIRCHMAYR, AUSTRIA 2011
b&w, 3’, 16mm, v : SILENT

« I found a big lighthouse lens in a flea market in Brussels some months ago and this lens will be the ‘protagonist’ of a new film of mine. » (Antoinette Zwirchmayr)

Vertrekkend van een strikte evocatie, aan een touw, van de geometrie van de optica van een maritieme vuurtoren in Navigator (Björn Kammerer, 2015), koppelt deze vertoning de recente kortfilms van Antoinette Zwirchmayr (Venus Delta, 2016 – in competitie) aan oudere, zelden vertoonde films (Dry Shampoo, 2011) en zelfs aan de evocatie van films die nog moeten worden gedraaid (zie citaat hierboven)! Volgens de filmmaakster/programmator is de vraag van de vorm – en ronde vormen in het bijzonder – een van de rode draden die deze films verbindt: naakte lichamen, eierschalen in haar eigen films, optische lenzen bij Kammerer… maar ook Californische sinaasappels in Apanhar Laranjas van Silvia das Fadas, 2012 of de raadselachtige voorwerpen – steen? fruit? planeet? – die worden gemanipuleerd in Jícaro van Rosa John, 2016.

Commençant par l’évocation stricte, au cordeau, de la géométrie de l’optique d’un phare maritime dans Navigator (Björn Kammerer, 2015), cette séance associe des courts métrages d’Antoinette Zwirchmayr récents (Venus Delta, 2016, en compétition) à des films plus anciens, rarement montrés (Dry Shampoo, 2011), voire à l’évocation de films encore à tourner (cf. exergue ci-dessus). De l’aveu de la cinéaste-programmatrice, la question de la forme – et des formes rondes en particulier – est un des fils rouges qui relient ces films : corps nus, coquilles d’œuf dans ses propres films, lentilles d’optique chez Kammerer… mais aussi oranges californiennes dans Apanhar Laranjas de Silvia das Fadas, 2012 ou l’objet mystérieux – pierre ? fruit ? planète ? – manipulé dans Jícaro de Rosa John, 2016.

This compilation, beginning with the meticulous evocation of the geometry of a lighthouse lens in Navigator (Björn Kämmerer, 2015), combines recent short films by Antoinette Zwirchmayr (Venus Delta, 2016 – in competition) with older, rarely shown films (Dry Shampoo, 2011), and even evoces films still to be filmed! (See citation). According to the filmmaker-programmer, the question of form – and of round forms in particular – is one of the leitmotifs that connects these films: naked bodies and eggshells in her own films, optical lenses in Kämmerer’s film… but also Californian oranges in Silvia das Fadas’s Apanhar Laranjas from 2012, or the mysterious object – a stone? a fruit? a planet? – that is being manipulated in Rosa John’s Jícaro from 2016.

 

ingeleid door / présenté par / introduced by
Antoinette Zwirchmayr

Online ticket sales for this screening are closed.


PROCLAMATIONINTERNATIONAL  &  YOUNG JURY

+

NO MAPS ON MY TAPS

GEORGE T. NIERENBERG, USA 1979
colour, 58’, DCP, v : ENGLISH, sub : —

ABOUT TAP

GEORGE T. NIERENBERG, USA 1985
colour, 28’, DCP, v : ENGLISH, sub : —

 

 

No Maps on My Taps is een van de belangrijkste documentaires van George T. Nierenberg omdat hij een tweede adem heeft gegeven aan de tapdanskunst. Het tapdansen kende zijn gouden tijd in de eerste helft van de twintigste eeuw (met artiesten als The Nicholas Brothers, Bill ‘Bojangles’ Robinson, John W. Bubbles, Fred Astaire, Gene Kelly en Eleanor Powell) om vervolgens in de jaren vijftig achteruit te gaan. Aan de hand van foto’s, fragmenten uit films van de jaren dertig, talrijke getuigenissen, alsook enkele geïmproviseerde straatdansscènes, exploreert No Maps on My Taps de kunst van deze onmiskenbare jazzdans door de carrières van Sandman Sims, Chuck Green en Bunny Briggs te belichten, drie meesters van deze discipline. Het talent, het charisma en de eeuwige jeugd van deze drie zestigplussers geven de film een vibrerende energie.

About Tap toont de verschillen in stijl tussen drie van de grootste Amerikaanse tapdansers: Steve Condos, Jimmy Slyde en Chuck Green. Komiek en danser Gregory Hines die het genre een nieuwe impuls gaf op het einde van de jaren zeventig, stelt de film voor en haalt herinneringen op uit zijn kindertijd toen hij de beste tapdansers in het Apollo Theater in Harlem aan het werk zag en ging imiteren. Hoe vindt een tapdanser zijn eigen stijl? Door herinneringen en gedreven performances , geeft elke danser een apart, persoonlijk antwoord.

Beide films worden vertoond in versies recent gerestaureerd door Milestone Films.

No Maps on My Taps est un des documentaires les plus importants réalisés par George T. Nierenberg puisqu’il a donné un second souffle à l’art du tap dance (les claquettes) qui connut son âge d’or au cours de la première moitié du XXe siècle (avec des artistes tels que The Nicholas Brothers, Bill « Bojangles » Robinson, John W. Bubbles, Fred Astaire, Gene Kelly, et Eleanor Powell) avant de décliner dans les années 1950. À partir de photographies, d’extraits de films des années 1930, de nombreux témoignages, ainsi que quelques improvisations de danses en rue, No Maps on My Taps explore l’art de cette danse indissociable du jazz, en mettant en lumière les carrières de Sandman Sims, Chuck Green et Bunny Briggs, trois des grands maîtres de la discipline. Le talent, le charisme et l’éternelle jeunesse de ces trois danseurs sexagénaires irradient ce film vibrant d’énergie.

About Tap s’intéresse aux différences de styles entre trois des plus grands danseurs américains de tap dance : Steve Condos, Jimmy Slyde et Chuck Green. Gregory Hines, comédien et danseur qui a donné un second souffle au genre fin des années 1970, présente le film et partage ses souvenirs d’enfance lorsqu’il regardait et imitait les plus grands danseurs de claquettes à l’Apollo Theater à Harlem. Comment un artiste de tap dance trouve-t-il son propre style ? À travers souvenirs et performances de haut vol, chacun des danseurs propose une réponse singulière.

Les deux films seront montrés dans des versions récemment restaurées par Milestone Films.

No Maps on My Taps is one of the most important documentaries made by George T. Nierenberg. It gave a second breath to the art of tap dance which had its golden age in the first half of the 20th century (with artists such as The Nicholas Brothers, Bill “Bojangles” Robinson, John W. Bubbles, Fred Astaire, Gene Kelly and Eleanor Powell) before declining in the 1950s. From photographs, excerpts from films of the 1930s, numerous testimonies, as well as a few improvised scenes of tap dancing in the street, No Maps on My Taps explores the art of this intrinsic jazz dance by shining light on the careers of Sandman Sims, Chuck Green and Bunny Briggs, three masters of the discipline. The talent, charisma and eternal youth of these three sexagenarians dancers gives the film a vibrant energy.

About Tap is interested in the differences in style between the three of the greatest American tap dancers: Steve Condos, Jimmy Slyde and Chuck Green. Comic and dancer Gregory Hines, who gave a new impulse to the genre at the end of the 1970s, presents the film and shares his childhood memories as he watched and mimicked the greatest tap dancers at the Apollo Theater in Harlem. How does a tap dance artist find his own style? Through memories and driven performances, each dancer offers a singular response.

Both films will be shown in versions recently restored by Milestone Films.

Online ticket sales for this screening are closed.


Traversing Spaces :
Claudio Caldini, Juan Villola, & Jorge Honik

 

VENTANA [WINDOW]

CLAUDIO CALDINI, ARGENTINA 1975
colour, 4’, Digital file, v : NO DIALOGUE

FILM GAUDI 

CLAUDIO CALDINI, ARGENTINA 1981
colour, 7’, Digital file, v : NO DIALOGUE

VADI-SAMVADI 

CLAUDIO CALDINI, ARGENTINA 1981
colour, 8’, Digital file, v : NO DIALOGUE

ALGO SOBRE LO MISMO UNA VEZ MAS 

JUAN VILLOLA, ARGENTINA 1974-1975
colour, 11’, Digital file, v : NO DIALOGUE

PASSACAGLIA Y FUGA 

JORGE HONIK, ARGENTINA 1974
colour, 20’, Digital file, v : NO DIALOGUE

GAMELAN 

CLAUDIO CALDINI, ARGENTINA 1981
b&w, 12’, Digital file, v : NO DIALOGUE

 

 

Dit programma richt zich op smalfilms die in de jaren 1970 en 1980 gemaakt werden door de drie jonge filmmakers Claudio Caldini, Jorge Honik en Juan Villola. Zij proberen vaak alledaagse ruimten te transformeren door middel van de formele relaties en perceptuele effecten die alleen film kan produceren. Of het nu gaat om genuanceerde montagepatronen, continue camerabeweging, dan wel ‘boventonale’ beeld-geluidclusters: de films genereren een cumulatieve intensiteit die diep geworteld lijkt in Caldini’s interesse voor muziek. Ook voor Jorge Honik is het alledaagse een belangrijk thema. Zijn doorkruisen, frame-by-frame, van een huiselijk interieur (in een montage van Caldini) wordt structureel complexer door het gebruik van Bach op de soundtrack. Met Juan Villola’s onlangs ontdekte kortfilm slaat de montage een andere richting in. De bewoners van een huis voeren een reeks ambigue acties uit die narratieve gebeurtenissen suggereren maar die suggestief en open blijven. Het programma eindigt met een performatieve film die Caldini maakte na zijn studies moderne dans in Brazilië. Hij toont hoe het lichamelijke en het geestelijke in Caldini’s filmpraktijk gecombineerd konden worden.

Ce programme s’intéresse aux films tournés en Super 8 et 8 mm par trois jeunes cinéastes des années 1970 et 1980 : Claudio Caldini, Jorge Honik, et Juan Villola, qui ont cherché à sublimer les espaces du quotidien par des associations formelles et des effets de perception que seul le cinéma peut produire. Que ce soit par des motifs subtils de montages nuancés de formes, des mouvements de caméra continuels, ou des associations harmoniques entre l’image et le son, les films de Caldini produisent différentes intensités qui semblent puiser leur source dans son intérêt pour la musique. Le quotidien est aussi un thème majeur des films de Honik, dont l’exploration image par image d’un espace intérieur et domestique (pour un film ensuite monté par Caldini) se complexifie structurellement par l’utilisation de la musique de Bach. Découvert récemment, le court métrage de Villola fait évoluer le montage dans une autre direction. Les habitants d’une maison y interprètent une série d’actions ambiguës qui évoquent des événements narratifs mais de manière flexible et ouverte. Le programme s’achève par un film-performance réalisé par Caldini après ses études de danse contemporaine au Brésil. Un film qui montre combien le physique et le spirituel se combinent dans sa pratique cinématographique.

This programme focuses on small-gauge films made in the 1970s and 80s by three young filmmakers, Claudio Caldini, Jorge Honik, and Juan Villola, who often seek to transform everyday spaces through formal relationships and perceptual effects that only the cinema can produce. Whether through his nuanced montage patterns, continuous camera movement, or overtonal image-sound clusters, Caldini’s films generate a cumulative intensity that seems deeply rooted in his musical interests. The quotidian is also a major theme for Jorge Honik, whose frame-by-frame traversal of a domestic interior (in a montage edited by Caldini) is rendered more structurally complex by his use of Bach on the soundtrack. Juan Villola’s recently-discovered short takes montage in another direction, as the inhabitants of a house perform as series of ambiguous actions that imply narrative events but in suggestively open-ended ways. The programme ends with a performative film Caldini made after studying modern dance in Brazil, and it demonstrates how the corporeal and the spiritual could be combined in his filmmaking practice.

 

ingeleid door / présenté par / introduced by
Federico Windhausen

Online ticket sales for this screening are closed.


Online ticket sales for this screening are closed.


JEROVI  OPENING NIGHT

JOSÉ RODRÍGUEZ SOLTERO, USA 1965
colour, 11’, 16 mm, v : Silent

THE LIFE AND ASSUMPTION
OF LUPE VELEZ

JOSÉ RODRÍGUEZ SOLTERO, USA 1967
colour, 49’, 16 mm, v : ENGLISH, sub : —

De Puerto Ricaanse José Rodríguez Soltero, lange tijd in de vergetelheid geraakt, groeide de afgelopen jaren uit tot een van de cruciale regisseurs van de Amerikaanse underground uit de jaren zestig. Zijn carrière is even kort als ze rijk is aan stemmingen en stijlen. Soltero bracht slechts drie films in omloop over een periode van vier jaar. Zijn eerste film Jerovi (1965) is een loom oriëntalistisch werk dat veel verschuldigd is aan Jean Cocteau en aan de – door het surrealisme beïnvloedde – na-oorlogse avant-gardecinema. Deze ‘masturbatiefilm’, zoals Gregory Markopoulos hem beschreef, ging in première op het Ann Arbor Experimental Film Festival en creëerde een kortstondig schandaal. Rodríguez Soltero’s tweede film, The Life, Death and Assumption of Lupe Vélez (1967), met de onnavolgbare travestiet-performer Mario Montez, is een waanzinnige seksuele komedie in felle kleuren, boordevol camp.

Rodríguez Soltero hernam tijdens zijn artistiek traject een aantal thema’s en stijlen die centraal stonden in de experimentele cinema van de jaren 1950 en 1960, zoals surrealisme, pop art en politiek. Hij ging er op een originele manier en met verve mee om en plaatste alles in een queer latino-perspectief. In zijn tijd werd Soltero’s werk ruim vertoond en ook erkend maar wanneer hij in de vroege jaren zeventig zijn artistieke carrière achter zich liet, raakte het op de achtergrond. Vandaag lijkt het weer helemaal terug van weggeweest. Rodríguez Soltero is de peetvader van heel wat hedendaagse queer latinocinema en -performancekunst en zijn films zijn hoogtepunten van queer undergroundcinema.

Longtemps oublié, le Portoricain José Rodríguez Soltero s’impose depuis quelques années comme un des cinéastes majeurs de l’underground américain des années 1960. Avec seulement trois films tournés en quatre ans, sa carrière est aussi brève qu’elle est riche en ambiances et en styles. Son premier film, Jerovi (1965) est une œuvre orientaliste languissante qui doit autant à Jean Cocteau qu’à l’avant-garde post-surréaliste d’après guerre. Un « film de masturbation » selon Gregory Markopoulos, dont la première au Ann Arbor Experimental Film Festival provoqua un scandale. Le second film de Rodríguez Soltero, The Life, Death and Assumption of Lupe Vélez (1967), est une comédie sexuelle délirante d’un camp aux couleurs éclatantes, au milieu de laquelle trône Mario Montez, l’inimitable drag queen des films de Jack Smith et Andy Warhol. La trajectoire de Rodríguez Soltero touche à quelques-unes des principales déclinaisons – surréaliste, pop, politique – du cinéma expérimental des années 1950 et 1960 mais abordées avec brio et originalité, en réussissant à leur insuffler un regard queer et latino. Visible et reconnu à son époque puis ayant disparu au début des années 1970, à la fin de son activité artistique, Rodríguez Soltero refait surface aujourd’hui grâce à la redécouverte de ses films et se pose en grand-père de beaucoup de cinéastes et queer latinos et comme un des piliers du cinéma underground.

Long relegated to oblivion, Puerto Rican José Rodríguez Soltero has emerged in recent years as one of the crucial directors of the 1960s American underground. With only three films in circulation, made in a span of four years, his career is as short as it is rich in moods and styles. His first film, Jerovi (1965) is a languid Orientalist piece that owes much to Jean Cocteau and to the surrealism-influenced post-war avant-garde cinema ; a “masturbation film” as Gregory Markopoulos describes it, its premiere at the Ann Arbor Experimental Film Festival provided a moment of scandal. Rodríguez Soltero’s second film, The Life, Death and Assumption of Lupe Vélez (1967), is a delirious sexual comedy in bright colours starring the inimitable drag performer Mario Montez. Rodríguez Soltero’s trajectory encapsulates some of the main modes of 1950s and 1960s experimental cinema – surrealism, pop, politics – which he handled with verve and originality and managed to infuse with a queer Latino perspective. Visible and acknowledged in his time but vanished after abandoning his artistic career in the early 1970s, his work is ready to be rediscovered. Rodríguez Soltero is the spirituel grandfather of much contemporary queer Latino films and performances and one of the pinnacles of queer underground film.

Juan A. Suárez

 

ingeleid door/présenté par/introduced by Juan A. Suárez

 

OPENING NIGHT 2017

19:00   José Rodríguez Soltero

20:00   COCKTAIL

21:00   FRANS ZWARTJES : HOME SWEET HOME  (with live soundtrack)


Er zijn geen online tickets beschikbaar voor deze voorstelling.
Er zijn een beperkt aantal tickets en festivalpassen te koop aan het onthaal in CINEMATEK.

Il n’y a pas de billets disponible en ligne pour cette séance.
Vous pouvez acheter un nombre limité de billets et de pass pour le festival à l’accueil de CINEMATEK.

There are no online tickets available for this screening.
A limited number of tickets and passes are on sale at the CINEMATEK desk.



 

¡ PíFIES !

IGNACIO TAMARIT, ARGENTINA 2016
colour, 4’, 16mm, v : NO DIALOGUE

IMAGES EN JEU ATELIER

en français / in het Frans / in French
à partir de 8 ans

Jeu d’acteur, scène de jeu, jeu d’optique, jeu d’images…Cette programmation, composée de deux courts métrages, nous poussera à jouer avec les images comme avec un jeu de carte où le « grand manipulateur » aka le cinéaste, agencera ensemble, interviendra sur, et organisera les images entre elles pour composer des historiettes débridées !

Vrijspel met beelden – Het acteerspel, het regiespel, het optische spel, het spelen met beelden… Dit programma spoort ons aan om met beelden te spelen zoals met een kaartspel waarbij de ‘grote manipulator’ oftewel de regisseur het geheel schikt, er in ingrijpt en de beelden onderling organiseert om ongebreidelde verhaaltjes samen te stellen!

 

€ 8 / jour (13:00 > 16:00)
Infos & réservations : jeni.reghem@cinematek.be / 02 551 19 19

BLUE ORCHIDS 

JOHAN GRIMONPREZ, BELGIUM 2016
colour, 48’, DCP, v : ENGLISH, sub : DUTCH - FRENCH

RAYMOND TALLIS | ON TICKLING 

JOHAN GRIMONPREZ, BELGIUM 2017
colour & b&w, 8’, Digital file, v : ENGLISH, sub : DUTCH

 

 

Blue Orchids, waarvoor Grimonprez beeldmateriaal hergebruikt van interviews die hij deed terwijl hij werkte aan Shadow World (2016), is een diptiek over twee deskundigen aan weerszijden van de wereldwijde wapenhandel. De verhalen van gewezen The New York Times-oorlogscorrespondent Chris Hedges en van voormalige wapenhandelaar Riccardo Privitera bieden een ongewone context voor schokkende onthullingen over de oorlogsindustrie. Grimonprez maakt zowel gebruik van hun persoonlijke als politieke geschiedenis en onthult geleidelijk de diepten van trauma en dubbelhartigheid, waardoor de wapenhandel als een symptoom van een ernstige ziekte wordt gezien: hebzucht. In Raymond Tallis | On Tickling beweert filosoof/neuroloog Raymond Tallis dat bewustzijn niet een inwendige constructie is maar veeleer een rationele. Vertrekkend van het intrigerende idee dat mensen er fysiek niet toe in staat zijn om zichzelf te kietelen, onderzoekt Tallis het filosofische idee dat we alleen onszelf kunnen worden via dialoog met anderen.

Réutilisant des fragments d’entretiens menés lorsqu’il travaillait sur Shadow World (2016), Grimonprez confronte dans Blue Orchids un duo d’experts qui se situent aux deux pôles du commerce mondial des armes. Les récits de l’ancien correspondant de guerre du New York Times Chris Hedges et de l’ancien marchand d’armes Riccardo Privitera fournissent un contexte inhabituel pour des révélations choquantes sur l’industrie de la guerre. S’appuyant sur les histoires personnelles et politiques des deux intervenants, Grimonprez révèle petit à petit les profondeurs du traumatisme et de la duplicité, identifiant le commerce des armes comme un symptôme d’une maladie grave : la cupidité. Dans Raymond Tallis | On Tickling, le philosophe et neurologue Raymond Tallis soutient que la conscience n’est pas une construction interne, mais plutôt relationnelle. L’idée que les humains soient incapables de se chatouiller eux-mêmes amène Tallis à explorer la notion philosophique selon laquelle nous nous construisons uniquement grâce au dialogue avec les autres.

Re-using footage of interviews he conducted while working on Shadow World (2016), Blue Orchids creates a diptych of two experts on opposite sides of the global arms trade. The stories of former New York Times war correspondent Chris Hedges, and of former arms dealer Riccardo Privitera, provide an unusual context for shocking revelations about the industry of war. Making use of both their personal and political histories, Grimonprez gradually reveals the depths of trauma and duplicity, situating the arms trade as a symptom of a profound illness: greed. In Raymond Tallis | On Tickling, philosopher/neurologist Raymond Tallis argues that consciousness is not an internal construct, but rather relational. Through the intriguing notion that humans are physically unable to tickle themselves, Tallis explores the philosophical notion that we become ourselves only through dialogue with others.

 

ingeleid door / présenté par / introduced by: Johan Grimonprez & Pascal Vandelanoitte

 

Online ticket sales for this screening are closed.


Un cine compartido:
Narcisa Hirsch & Marielouise Alemann

MARABUNTA 

NARCISA HIRSCH, ARGENTINA 1967
b&w, 8’, Digital file, v : NO DIALOGUE

COME OUT 

NARCISA HIRSCH, ARGENTINA 1970-1971
colour, 12’, Digital file, v : NO DIALOGUE 

TALLER 

NARCISA HIRSCH, ARGENTINA 1975
colour, 11’, Digital file, v: ENGLISH, sub : —

TESTAMENTO Y VIDA INTERIOR 

NARCISA HIRSCH, ARGENTINA 1976-2001
colour, 11’, Digital file, v : NO DIALOGUE

ESCENAS DE MESA 

MARIELOUISE ALEMANN, ARGENTINA 1979
colour, 7’, Digital file, v : NO DIALOGUE

LEGITIMA DEFENSA 

MARIELOUISE ALEMANN, ARGENTINA 1980
b&w, 8’, Digital file, v : NO DIALOGUE

Sensación 77 : Mimetismo

MARIELOUISE ALEMANN, ARGENTINA 1977
b&w, 8’, Digital file, v : NO DIALOGUE

UMBRALES

MARIELOUISE ALEMANN, ARGENTINA 1980
colour, 19’, Digital file, v : NO DIALOGUE

La noche bengalí

NARCISA HIRSCH, ARGENTINA 1980
colour, 6’, Digital file, v : NO DIALOGUE

Narcisa Hirsch en Marielouise Alemann werden beide in Duitsland geboren in de late jaren 1920. Ze zouden het grootse deel van hun leven in Argentinië doorbrengen. In het Buenos Aires van de jaren 1960 vonden ze een tegencultuur die hen inspireerde om een eigen artistieke praktijk aan te vangen, en uiteindelijk kwamen ze allebei bij film terecht. Geïnspireerd door berichten over een groeiende ‘underground’-filmbeweging in andere delen van de wereld begonnen ze het soort films te maken dat ze in hun stad niet te zien kregen. Hirsch en Alemann kozen voor super 8: omwille van het formaat goedkoop en draagbaar en stimulerend op esthetisch vlak. Ze vingen een intensieve artistieke uitwisseling aan waarbij zij elkaar – en jongere filmmakers – vaak assisteerden bij filmprojecten. Hun diep persoonlijke films zijn in veel opzichten uniek in de Latijns-Amerikaanse experimentele cinema van de jaren 1970 en 1980. De films in dit programma-onderdeel werden geselecteerd om een soort van dialoog te creëren tussen werken die fascinerende overeenkomsten vertonen maar evengoed veelzeggende verschillen.

Nées en Allemagne à la fin des années 1920, Narcisa Hirsch et Marielouise Alemann ont passé la majeure partie de leur vie en Argentine. Dans le Buenos Aires des années 1960, elles ont découvert une contre-culture qui fut la source d’inspiration de leurs propres pratiques artistiques, les amenant à la réalisation de films. Inspirées par l’avènement d’un mouvement « underground » dans le cinéma dans d’autres parties du monde, elles se sont mises à faire des films qu’on ne voyait pas sur les écrans de leur propre ville. Adoptant le Super 8 non seulement parce que c’était un format léger et peu coûteux mais aussi parce qu’il était excitant au point de vue esthétique, Hirsch et Alemann furent à l’origine d’une intense période de correspondances artistiques au cours de laquelle elles se sont souvent assistées mutuellement (ainsi qu’elles ont aidé d’autres cinéastes plus jeunes) dans la réalisation de leurs projets cinématographiques respectifs. Leurs films, très personnels, sont uniques à nombreux égards dans le cinéma expérimental latino-américain des années 1970 et 1980. Les courts métrages repris dans ce programme ont été sélectionnés de manière à construire un dialogue entre des œuvres qui recèlent d’intrigantes affinités ainsi que d’évidentes différences.

Born just one year apart in late 1920s Germany, Narcisa Hirsch and Marielouise Alemann ended up spending the majority of their lives in Argentina. In 1960s Buenos Aires they eventually found a counter-culture that inspired them to take up their own artistic practice, eventually leading each to filmmaking. Inspired by reports of a growing ‘underground’ film movement in other parts of the world, they began to make the kind of cinema that they could not see on the movie screens of their city. Embracing Super 8 because it was not only cheap and portable but aesthetically galvanizing as well, Hirsch and Alemann initiated an intensive period of artistic exchange in which they frequently assisted each other (and younger filmmakers) with their individual filmmaking projects. Their deeply personal films are, in many ways, unique among Latin American experimental cinema of the 1970s and 1980s. The films in this programme were selected in order to construct a dialogue of sorts, across works with intriguing affinities and telling differences.

 

ingeleid door / présenté par / introduced by
Federico Windhausen

Online ticket sales for this screening are closed.